NL|FR|EN|DE

Best practices om kledij te bedrukken met transfers

Hoe textieltransfers aanbrengen met de warmtepers: onze best practices

In dit artikel:

Het correct aanbrengen van textieltransfers is een cruciale stap om een scherpe, duurzame bedrukking te garanderen. Fouten bij persen kosten geld, tijd en klantenvertrouwen. Deze gids bespreekt de belangrijkste elementen: de optimale instellingen van je warmtepers, soorten transfers en de do’s & don’ts bij het persen.

Instellingen van je warmtepers: druk, temperatuur en tijd

Voor het aanbrengen van textieltransfers gebruik je best een professionele warmtepers waarbij je zowel de druk als de temperatuur nauwkeurig kan instellen. Andere warmtebronnen, zoals een gewoon strijkijzer, kunnen in principe wel werken, maar hebben een groot nadeel: je kan de exacte druk en temperatuur niet regelen. Daardoor loop je meer risico dat de transfers onvoldoende hechten of sneller loskomen.

Ga je professioneel aan de slag met textielbedrukkingen, dan is een goede warmtepers een relatief kleine investering die je een grote flexibiliteit geeft om zelf snel en efficiënt bedrukkingen uit te voeren.

Textieltransfers aanbrengen met transferpers

Bij het aanbrengen van transfers spelen drie parameters een cruciale rol:

1. Druk

Wij adviseren voor al onze transfers een druk tussen 3 en 4 bar. Bij een te lage druk kan het logo niet goed hechten, bij een te hoge druk loop je het risico dat de pers een afdruk achterlaat op de stof. Respecteer dus de druk op de persinstructies.

2. Temperatuur

De temperatuur is afhankelijk van het type transfer. Voor de meeste universele bedrukkingen volstaat 140–150°C, terwijl kookwasbestendige transfers tot 180°C vereisen. Raadpleeg altijd de meegeleverde persinstructies.

3. Tijd

15 seconden onder de warmtepers is voldoende om de transfers te doen hechten.

Verschillende soorten transfers

De persinstructies voor het aanbrengen kunnen variëren naargelang het type transfer. Dit zijn de eigenschappen waar je rekening mee moet houden bij het aanbrengen:

Soort drager

Transfers kunnen geleverd worden op een transparante drager (meestal polyester) of op een ondoorzichtige, opaque drager, die vaak van polyester of papier gemaakt is.

Onze premium transfers worden standaard geleverd op een transparante polyester drager: de folie waarop de transfer gedrukt wordt, is dus doorzichtig. Dat heeft een praktisch voordeel: je kan de transfer veel gemakkelijker en nauwkeuriger positioneren op de kledij.

Hotpeel vs. coldpeel

Of een transfer hotpeel of coldpeel is, hangt af van de drager waarop hij gedrukt werd. Bij hotpeel transfers moet je de folie meteen verwijderen zodra de pers open gaat, dus wanneer de bedrukking nog warm is. Coldpeel bedrukkingen moet je volledig laten afkoelen.

En dan zijn er ook nog warmpeel transfers: daarvan mag je de drager verwijderen als de bedrukking nog warm is, maar je wacht best een paar seconden nadat de pers is opengegaan.

Het is dus de drager die bepaalt of een transfer hotpeel of coldpeel is, maar in de praktijk speelt de warmtegeleiding van het textiel ook vaak een rol. Als de ondergrond de warmte te lang vasthoudt, kan een hotpeel transfer zich gedragen als een warm- of zelfs coldpeel. Ook fijne details zijn vaak gevoeliger en hechten beter als je kort wacht of volledig laat afkoelen. In dat geval is even aandrukken, laten afkoelen en dan coldpeelen de veiligste aanpak.

Do’s en don’ts bij het persen

Bij het werken met textieltransfers zijn er een aantal belangrijke aandachtspunten om problemen te voorkomen. Hieronder vind je de meest voorkomende valkuilen en hoe je ze oplost:

Kies de juiste soort transfer

De meeste problemen tijdens het persen kunnen voorkomen worden door de juiste soort transfer te kiezen. Dit klinkt vanzelfsprekend, maar we kunnen niet genoeg benadrukken hoe belangrijk dit is.

Ga vooraf altijd goed na welke soort kledij je gaat bedrukken, en welke transfer je hiervoor nodig hebt. Voor stoffen die problemen geven met doorbloeding, zoals gesublimeerde polyester en softshell, kies je best voor een antibleeding transfer. Ook stoffen die behandeld zijn met een waterafstotende coating, zoals regenjassen en windjacks, hebben een aangepaste bedrukking nodig. Onze productfilter helpt je om snel het juiste type transfer te vinden voor jouw toepassing.

Begin ook altijd met het bedrukken van 1 stuk textiel als test alvorens meteen een bulkproductie af te werken. Zo voorkom je narigheid.

Wanneer de stof krimpt

Sommige stoffen, vooral tricot katoen en bepaalde polyesters, kunnen krimpen door warmte tijdens het persen en later bij het wassen. De bedrukking krimpt wel iets mee, maar dit is slechts beperkt. Dit kan problemen geven voor de hechting van de transfer op de kledij.

Bij latere krimp van de textiel in de was kunnen blaasjes of vouwtjes in de print ontstaan, die zwakke plekken vormen en scheurtjes veroorzaken. Er kan dan tijdens het wassen ook water onder de print terecht komen, met loskomende bedrukkingen als gevolg.

Hoe los je dit probleem op?

  • Test eerst of de kledij krimpt: markeer bijvoorbeeld 20 cm op de stof, pers deze gedurende 15 seconden en meet opnieuw. Tricot katoen kan tot 5 % krimpen, waardoor 20 cm mogelijk 1 cm korter wordt.
  • Heb je te maken met kledij die krimpt: krimp de stof dan voor onder de pers alvorens de transfers aan te brengen. Voorkrimpen van de stof voorkomt dit probleem en is effectiever dan napersen.


Afdruk van de pers vermijden

Bij sommige textielsoorten kan na het persen een zichtbare afdruk van de persplaat achterblijven. Vaak verdwijnt dit bij het eerste wassen, maar het is natuurlijk niet ideaal om kledij met een zichtbare afdruk af te leveren. Dit probleem komt vooral voor bij fleece, maar kan zich ook voordoen bij andere synthetische stoffen. We geven hier enkele tips om dit probleem te voorkomen.

  • Beperk temperatuur en perstijd
    Kies vooral voor het bedrukken van fleece voor een transfer die op lage temperatuur kan worden aangebracht: onze premium full color kwaliteit Digiflex kan je persen aan 130°C. Ook de tijd kan ingekort worden naar 10 à 12 seconden.
  • Leg iets onder de bedrukking
    Plaats tijdens het persen een stukje golfkarton of schuimrubber onder de zone van de bedrukking: zo maakt de pers enkel maximaal contact met de plaats waar de bedrukking komt, en minimaliseer je de afdruk van de pers op de rest van de stof.
  • Dek de kledij af
    Gebruik een dun vel beschermmateriaal, zoals teflon of bakpapier, en zorg dat dit de volledige persplaat bedekt. Dit beschermt de stof en helpt om persafdrukken te minimaliseren.
  • Bevochtig de kledij na het persen
    Bij vnl. natuurlijke stoffen zoals katoen kan de persafdruk ook ontstaan doordat het vocht in de stof ongelijkmatig verdampt door de warmte van de pers. Je kan dit eenvoudig verhelpen door het kledingstuk na het persen licht te bevochtigen met een fijne nevel water, bijvoorbeeld met een plantenspuit. Zo wordt het vochtgehalte weer egaal en verdwijnt de afdruk vanzelf zodra de stof opdroogt.

Kledij met ritsen, knopen of dikke naden

Bij kledij met ritsen, knopen of dikke naden wordt de druk van de transferpers niet gelijkmatig verdeeld over de kledij, met moeilijke hechting tot gevolg. Bij dit soort kledij raden we aan om tijdens het persen een stukje golfkarton of schuimrubber onder de bedrukking te leggen om wat op te hogen, zodat de transfer overal voldoende druk krijgt.